Ik
werd enkele jaren geleden van achteren aangevallen, gemolesteerd en beroofd
door twee jongemannen. Om half tien ’s avonds, onderweg naar een
verjaardagsfeestje. Ik deed aangifte bij de politie en stond die volgende week
in de krant. Sindsdien ben ik bang en extra alert op straat en zie zelfs gevaar
waar niets loos is. Sindsdien ook doe ik aan karate en dat blijkt goed te zijn voor
lichaam en geest. Maar alhamdoelilla oftewel godzijdank gebeurde die
gewelddadige beroving niet in Amsterdam, maar in een provinciestad (daar waar
men Amsterdam groot en gevaarlijk vindt), en niet door buitenlanders, maar door
kaalkoppige blanken (skinheads die de pest hebben aan buitenlanders).
Vannacht fietste ik van mijn werk naar huis, op de Hoofdweg liep een vrouw van
middelbare leeftijd alleen over straat, op de Bos en Lommerweg liepen twee
jonge Marokkanen, ze lachten en hadden het over een of andere film, even
verderop liep nog zo’n stel dat naar clipmode was gekleed en... ik kon niet
horen waarover deze jongens spraken. Op een terrasje voor shoarma grillroom
‘Bir tat’ zaten drie Turkse mannen. Bij het postkantoor daartegenover pinde ik
20 euro. Ik fietste naar ‘Avondverkoop Bos en Lommer’ en zag een mooi, blond
meisje geheel alleen met haar pas gekochte boodschappen naar buiten gaan. Ik
kocht een flesje wijn en de Marokkaanse winkelier zei bij het afrekenen: ‘nog
een fijne dag verder’. Vanuit het licht van de avondwinkel trok ik weer de
duisternis in en bereikte mijn straatje dat nog donkerder was. Uit een busje
stapte iemand met een baard en een djellaba, hij groette mij ‘dag buurman!’ en
ik groette hem terug ‘dag buurman!’.
Ondanks mijn trauma had ik in deze nacht en in deze buurt geen last van die
wijd en zijd beruchte ‘onveiligheidsgevoelens’.
JV