De
wind is noordoost en trekt aan, ergens op een balkon begint een Tibetaans
klokkenspel vervaarlijk te klingelen. Waarschijnlijk moet er een rustgevende,
meditatieve werking vanuit gaan, maar ik merk daar niets van. Nu hoor ik ook de
klok van de Boomkerk aan de Admiraal de Ruyterweg luiden, eerst drie maal, dan
nog eens drie maal en dan nog eens drie maal en ten slotte dertig of veertig
keer aaneensluitend. Wat betekent dat drie maal drie en dan de rest? Het is een
oproep tot het Angelusgebed, een gebed dat in de 15de eeuw werd
ingevoerd toen de Turken het christelijk Europa bedreigden. Het werd gebeden om
zes uur ’s ochtends, bij het openen van de stadspoorten, om twaalf uur ’s
middags, zogezegd bij aanvang van de lunch, en om zes uur ’s avonds, bij het sluiten
van de stadspoorten. Het gebed moest bescherming bieden en de vrede behouden en
bestond en bestaat uit evangelische verzen over Maria: de aankondiging van de
engel Gabriël dat zij zwanger zal worden, haar overgave aan de wil van God,
haar zoon die het vleesgeworden Woord is en haar rol voor ons als
Voorspreekster – het verband met bescherming en vrede is mij niet helemaal
duidelijk, maar die losheid tref ik wel vaker aan bij godsdienstige rituelen
(zo wordt bij een Marokkaanse bruiloft de bruid toegezongen en toegejuicht met:
‘Salaat oe Salaam’ (bid en verwelkom), ‘Laah Rasoelah’ (profeet), ‘illah zanna
sidi Mohammed’ (daar komt heer Mohammed), ‘a za mah za Ali’ (Ali is ook mee) en
‘Oei oei oei’ (oerkreten) in plaats van met een Wagneriaans ‘Daar komt de
bruid’).
Ikzelf ben atheïst, ik ben weliswaar van katholieke huize en heb ten behoeve
van mijn integratie de Koran gelezen, maar blijf er toch bij dat AH het aller
heiligste is en zijn caissières het morele symbool van alle poorten der
afrekening.
JV