In de wijk is niets gebeurd. Nu ja, een wilde boom werd gesnoeid, een gebouw is uit de lakens, onder KFC ontstond een korte rookontwikkeling en een vrouw beviel bijna op de stoep – de ambulance was er net op tijd bij. Ik kijk een beetje verveeld uit het raam. Aan de overkant hangen dertien slipjes aan de lijn, de veertiende heeft ze aan, denk ik, en één keer in de twee weken wast zij ze. Orde. Tot in de details heerst hier orde en orde biedt ons voorspelbaarheid, vertrouwdheid, veiligheid en geborgenheid. Verrassingen zijn meestal onaangenaam en verrassers meestal ordeverstoorders. Saai is het wel, maar deze saaiheid is toch verre te prefereren boven de activiteiten van een ongeleide jeugd, het jonge bloed dat stroomt en nog niet is gestold.
Ik
ging vanmiddag naar de openbare bibliotheek. Sinds de verhuizing (van
de Tijl Uilenspiegelstraat naar het Bos en Lommerplein) heeft de bieb
meer ruimte en minder boeken. Als je de mensen niet kunt verheffen, dan
probeer je ze tenminste te bereiken – de katholieke kerk heeft dezelfde
weg bewandeld en is eraan te gronde gegaan. Ik liep langs de kasten
‘migranten’, ‘spannende boeken’, ‘pulp’ en ‘onzin’ en kwam bij de paar
kasten ‘overige romans’. Ook hier een boel troep. Maar goed, als je nog
moet beginnen, valt er een start te maken. Door de jammerlijke gaten in
de rijen boeken zag ik een vrouw bewegen van Pirandello naar Zweig.