Souhailla

4 augustus 2007 (01:12) | Categorie: periodieke buurtborrel

Zij was geen maagdelijn, geen uiteindelijk meisje, geen vrome beeltenis, maar een krachtige vrouw met wilde zwarte krullen en een stralende blik. Haar stem klonk zelfverzekerd en haar lach was aanstekelijk. Ze moet de zaak overzien hebben en meteen op mij afgelopen zijn: ‘Jij bent van de buurtborrel!!!’ Ik schrok op, stond plotseling oog in oog met een verpletterende werkelijkheid en begon razendsnel te denken...

   ‘Als je suïcidaal bent, dan helpt dit je wel over de drempel,’ begon zij.

   ‘Zelfs als je niet suïcidaal bent,’ pareerde ik, ‘is het eigenlijk al te laat.’

   Het klikte meteen.

Al anderhalf uur zat ik te wachten op mijn buurtgenoten. Zo’n tweehonderdvijftig genodigden zouden kunnen komen, maar voor de zekerheid had ik toch een boek en een krant meegenomen. Ik bestelde een jus d’orange bij een vrouw die mij niet direct voor een van haar belangrijkste klanten hield, aan de bar hing een eenzame jongen verdoofd over een glas bier en de muziek was van André Hazes. Ik ging met mijn jus buiten zitten.

   Vanaf het terras van ‘grand café Bos en Lommer’, met uitzicht op de markt, keek ik naar kleurige rokken voor 25 euro en voor 1 euro de kilo komkommers, rode en groene paprika’s, pompoenen en meloenen. Boven de kraampjes zweefde een wit plastic tasje, de luchtstroom op het plein zorgde ervoor dat straatvuil omhoog en omlaag ging, samen met de meeuwen en de duiven. Een gepensioneerd echtpaar kwam voor mijn tafeltje staan, ik glimlachte vriendelijk, ‘laten we hier gaan zitten, in de zon,’ zei de vrouw. De man nam het tafeltje naast mij, dat inderdaad meer zon had, maar wel minder gezelschap. Rechts van mij zat een oude Marokkaan die een thee vroeg en kreeg, maar niet op de bon. ‘Op het terras alles contant!’ Hij mompelde wat in het Berbers, waarop de blonde reageerde met een streng: ‘ik versta je wel, ik weet wat je zegt!’

   Ik zou de tijd, tussen vier en zeven, uitzitten. Je weet maar nooit wie er nog meer zo’n idioot is als ik. Zo’n idioot dacht ik te kunnen herkennen aan een onzeker, zich afvragend zoeken bij binnenkomst. Maar al wie in en uit liep had een vaste pas, zonder enige twijfel. Toen de marktkooplieden hun boeltje inpakten en de ‘veegservice’ de troep opruimde, ging ik het grand café binnen en nam plaats aan het raam dat uitkeek op de kruising Bos en Lommerweg-Hoofdweg. De muziek kwam nu uit de jaren zeventig en tachtig, het beste ervan, ik bestelde een bier en hoorde het nummer van Bill Withers, 1977, ‘A lovely day’, dat mij herinnerde aan een jeugdliefde, terwijl de tramlijnen 7 en 14, de buslijnen 15, 21, 80 en 82 en auto’s, fietsers en voetgangers in een zachte cadans voorbij gingen, van links naar rechts, van rechts naar links, rechtsaf en linksaf en andersom. Ik raakte in een vredige stemming, een druk viel van mij af, ik voelde geen sociale verplichting meer, koesterde geen enkele...

   ‘Jij bent van de buurtborrel!!!’

   Een klap op mijn hoofd! Ik werd wakker! nu geen gemijmer meer! dit is ernst!

Souhailla heette zij, spreek uit: soeheelaa, en zij brak het ijs met een praatje over het weer: ‘Een negroïde vrouw presenteert sinds kort het weer op AT5 en je merkt het meteen: eindelijk zomer! Ze hadden haar veel eerder moeten aannemen.’

JV
« Vorig artikel  (Artikel 19 van 33)  Volgend artikel »
» Home
» Archief
» Mijn Profiel
» Mijn foto album

Links

Categoriën

Laatste artikelen

Vrienden