Om hier in te burgeren heb ik laatst de Koran
gelezen. Van kaft tot kaft. Wat me daarbij als eerste opviel was de
merkwaardige volgorde van de hoofdstukken ('soera’s'). Die wordt namelijk niet
door tijd, plaats, persoon of onderwerp bepaald, maar door de lengte: de
langste soera’s aan het begin en – aflopend – de kortste aan het eind. Wellicht
moesten de kinderen van achteren naar voren, van de kortere naar de langere
stukken, het boek doorwerken en is het indertijd een onderwijskundige kwestie
geweest.
Wat me vervolgens verbaasde was dat ik als ex-christen bijna alle verhalen al
kende, uit de Bijbel. Als je uit de Koran de vele herhalingen schrapt en de
verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament met een verwijzing afdoet, dan hou je
misschien een paar pagina's tekst over. Het leek me zelfs onmogelijk om de
Koran te begrijpen zonder de Bijbel te kennen. Blijkbaar werd die indertijd
bekend verondersteld.
De Koran is derhalve een ‘samenvatting’ van de Bijbel, een nogal drastische
samenvatting, met daarbij wat commentaar, omdat indertijd de Arabieren nog
andere goden aanbaden of Jezus als een god beschouwden, terwijl er toch slechts
één Jahwe, is God, is Allah bestond, en omdat die Arabieren de ijdele genoegens
belangrijker vonden dan de duurzame; Mohammed voelde zich door zijn tijdgenoten
als profeet niet erg serieus genomen. Maar hij troostte zich – pagina na pagina
– met de gedachte dat ook eerdere profeten niet werden geloofd – de ongelovigen
wachtte echter ‘een pijnlijke bestraffing’.
Allah zei tegen Mohammed telkens: ‘zeg’ (lees op). En Allah zei via Mohammed
dat Hij het niet goed vond dat er aan Zijn Woord wat uitgewist of bijgelapt
werd. Maar wat gebeurde er? Enkele ‘mannen in overeenstemming’ (met name
Boekharie en Moeslim) lapten er 130 jaar na zijn verscheiden 'de overleveringen
van Mohammed' ('ahadith') bij en daaruit kwamen dan weer de 'voorbeeldige
handelingen' ('soennah') voort en de 'wetten' (‘sharia’). Met die verering van
Mohammed werd Allah’s gebod om Hem ‘geen genoten te geven’ overtreden, niet
Mohammed immers maar Allah sprak, de Enige die vereert mocht worden. Niet voor
niets schreef de profeet telkens: ‘zeg’ (lees op).
Waarom toch knutselen de mensen aan Het Woord van Jahwe, is God, is Allah? Het
antwoord valt uit de Koran zelf op te maken: de tijd doet alles veranderen. De
soera’s uit Mekka, Mohammeds begintijd, verschillen in vorm en inhoud nogal van
de soera’s uit Medina, de tijd waarin Mohammed oorlog voerde. Toen Mohammed in
Mekka verbleef tekende hij verzen op die aanstuurden op barmhartigheid, geduld,
bidden, wachten op het laatste oordeel, alles overlaten aan Allah, maar in
Medina moedigden zijn verzen juist aan tot strijd, de vijanden, de ongelovigen,
joden en christenen moesten worden gedood.
En die soera’s uit Mekka en Medina staan allemaal door elkaar. Geordend immers
op lengte.
Wie de Koran dus als het letterlijke woord van Allah beschouwt, kan alle kanten
op, oftewel: hij staat voor een groot dilemma. Je kunt doden in dienst van
Allah (soera’s uit Medina) of je kunt doden vòòr Allah zelf tot een oordeel
komt, d.w.z. Hem passeren, wat een hovaardij is die je rechtstreeks naar de hel
brengt (soera’s uit Mekka) - 'en een kwade ligplaats is dat, want eeuwig levend
daarin.'
Al met al, hoeveel verzen over barmhartigheid en vergevingsgezindheid er ook in de Koran staan, het is een boek dat vooral met hel en verdoemenis dreigt. Het paradijs dat daar tegenoverstaat is een kitscherig vakantieoord waar hoeren zich geven als maagden ('telkens maagd'), of een uiterst armoedig land waar kinderen zich moeten prostitueren om niet van de honger om te komen.
JV