een kwade ligplaats

8 augustus 2007 (11:40)

Om hier in te burgeren heb ik laatst de Koran gelezen. Van kaft tot kaft. Wat me daarbij als eerste opviel was de merkwaardige volgorde van de hoofdstukken ('soera’s'). Die wordt namelijk niet door tijd, plaats, persoon of onderwerp bepaald, maar door de lengte: de langste soera’s aan het begin en – aflopend – de kortste aan het eind. Wellicht moesten de kinderen van achteren naar voren, van de kortere naar de langere stukken, het boek doorwerken en is het indertijd een onderwijskundige kwestie geweest.

   Wat me vervolgens verbaasde was dat ik als ex-christen bijna alle verhalen al kende, uit de Bijbel. Als je uit de Koran de vele herhalingen schrapt en de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament met een verwijzing afdoet, dan hou je misschien een paar pagina's tekst over. Het leek me zelfs onmogelijk om de Koran te begrijpen zonder de Bijbel te kennen. Blijkbaar werd die indertijd bekend verondersteld.

   De Koran is derhalve een ‘samenvatting’ van de Bijbel, een nogal drastische samenvatting, met daarbij wat commentaar, omdat indertijd de Arabieren nog andere goden aanbaden of Jezus als een god beschouwden, terwijl er toch slechts één Jahwe, is God, is Allah bestond, en omdat die Arabieren de ijdele genoegens belangrijker vonden dan de duurzame; Mohammed voelde zich door zijn tijdgenoten als profeet niet erg serieus genomen. Maar hij troostte zich – pagina na pagina – met de gedachte dat ook eerdere profeten niet werden geloofd – de ongelovigen wachtte echter ‘een pijnlijke bestraffing’.

   Allah zei tegen Mohammed telkens: ‘zeg’ (lees op). En Allah zei via Mohammed dat Hij het niet goed vond dat er aan Zijn Woord wat uitgewist of bijgelapt werd. Maar wat gebeurde er? Enkele ‘mannen in overeenstemming’ (met name Boekharie en Moeslim) lapten er 130 jaar na zijn verscheiden 'de overleveringen van Mohammed' ('ahadith') bij en daaruit kwamen dan weer de 'voorbeeldige handelingen' ('soennah') voort en de 'wetten' (‘sharia’). Met die verering van Mohammed werd Allah’s gebod om Hem ‘geen genoten te geven’ overtreden, niet Mohammed immers maar Allah sprak, de Enige die vereert mocht worden. Niet voor niets schreef de profeet telkens: ‘zeg’ (lees op).

   Waarom toch knutselen de mensen aan Het Woord van Jahwe, is God, is Allah? Het antwoord valt uit de Koran zelf op te maken: de tijd doet alles veranderen. De soera’s uit Mekka, Mohammeds begintijd, verschillen in vorm en inhoud nogal van de soera’s uit Medina, de tijd waarin Mohammed oorlog voerde. Toen Mohammed in Mekka verbleef tekende hij verzen op die aanstuurden op barmhartigheid, geduld, bidden, wachten op het laatste oordeel, alles overlaten aan Allah, maar in Medina moedigden zijn verzen juist aan tot strijd, de vijanden, de ongelovigen, joden en christenen moesten worden gedood.

   En die soera’s uit Mekka en Medina staan allemaal door elkaar. Geordend immers op lengte.

   Wie de Koran dus als het letterlijke woord van Allah beschouwt, kan alle kanten op, oftewel: hij staat voor een groot dilemma. Je kunt doden in dienst van Allah (soera’s uit Medina) of je kunt doden vòòr Allah zelf tot een oordeel komt, d.w.z. Hem passeren, wat een hovaardij is die je rechtstreeks naar de hel brengt (soera’s uit Mekka) - 'en een kwade ligplaats is dat, want eeuwig levend daarin.'

   Al met al, hoeveel verzen over barmhartigheid en vergevingsgezindheid er ook in de Koran staan, het is een boek dat vooral met hel en verdoemenis dreigt. Het paradijs dat daar tegenoverstaat is een kitscherig vakantieoord waar hoeren zich geven als maagden ('telkens maagd'), of een uiterst armoedig land waar kinderen zich moeten prostitueren om niet van de honger om te komen.

JV


« Vorig artikel  (Artikel 18 van 33)  Volgend artikel »
» Home
» Archief
» Mijn Profiel
» Mijn foto album

Links

Categoriën

Laatste artikelen

Vrienden