Door beslommeringen arriveerde ik een half
uurtje te laat in het grand café aan het Bos en Lommerplein. Souhailla, die van
de vorige keer, moest vandaag helaas werken. Toen ik de zaak binnenkwam zaten
er slechts twee klanten aan de bar, alle tafeltjes waren vrij en ook op het
terras zat niemand. Gelukkig, dacht ik, als van de 260 genodigden er 26 komen,
dan heeft iedereen plaats. De muziek stond zacht en zei me niet veel, legde
geen sfeer op en liet ruimte voor andere geluiden. Ik werd vriendelijk geholpen
aan een kopje koffie en ging op het terras mijn krant lezen. Over de
verkiezingen in Marokko. Souhailla sms-te ik dat hier alles okay was.
Zij is mijn steun en toeverlaat en
heeft me op het hart gedrukt dat ik mensen de tijd moest geven om over hun drempelvrees
te raken. ‘Ze willen wel, maar durven niet.’ Ik sputterde nog wat tegen en
noemde ‘slechte tijd’, ‘slechte plaats’ en zelfs ‘slechte persoon’, maar die
bepalingen achtte zij van geen enkel belang. Het is louter angst. Ik las verder
over een bomaanslag in Algerije.
De markt werd afgebroken en het plein
opgeruimd. Ze laten markten nooit staan omdat ze de volgende dag toch weer
gebruikt worden, maar breken ze elke dag af en bouwen ze elke dag op. Mensen
voeren elke dag dezelfde handelingen uit. Ik begon te piekeren over mijn eigen
gewoonten.
Kwam er nou maar iemand. Je hebt
anderen nodig om niet over jezelf na te hoeven denken. Ik belde Souhailla op en
zei dat al die mensen op internet helemaal niet bestonden, dat al die Bos en
Lommer hyvers fictief waren, aangemaakt door de AIVD of de stadsdeelraad, om de
schijn van cohesie te wekken, Souhailla, zei ik, het is een complot, ik weet
het zeker, ben jij ooit iemand van die hyvers op straat tegengekomen?
‘Drink je?’ vroeg zij.
‘Koffie,’ antwoordde ik.
‘Heb je je medicijnen ingenomen?’
‘Vergeten.’
‘Ah, dat is het dus. Neem ze meteen in
en je zult merken dat er niets aan de hand is.’
Vanwege die pillen moest ik dus ook
nog eens een half uur eerder naar huis.
JV