motregen

1 oktober 2007 (12:02)

De hemel hangt als een geoxideerde aluminiumplaat boven de wijk. Het bladgroen van de bomen en struiken slaat grijs uit. Ik loop langs stalen steigers van een woningencomplex in aanbouw en ruik het natte beton. De voorbijgangers hebben hun jassen weer aangetrokken en zijn vormeloze stoffen gedrochten geworden. Als het straks gaat motregenen, dan gaan die jassen bovendien stinken. Ikzelf ben lelijk, mijn gelaat is grauw, onder mijn ogen de wallen die ook na een nacht goed slapen niet meer wegtrekken. Eigenlijk zou ik niet naar buiten mogen, zo onder de mensen, maar op enkele jonge meisjes na ziet iedereen en alles er vandaag wanstaltig uit, al doen we alsof er niks aan de hand is. Het is koud. Ik denk dat ik een leverkwaal heb, en God weet wat nog meer sinds ik een kwartier in de wachtkamer van de huisdokter doorbracht, maar de dokter heeft niets kunnen vinden. Toen ik de praktijk verliet zag ik een GSM-zendmast op het dak aan de overkant staan en begon mij iets te dagen. Terwijl ik die straling in mijn benen voel, betreed ik de trappen naar het plein en zie voor mij een moslima lopen in een getailleerd jasje en lange rok. Omdat zij ook naar de bibliotheek lijkt te gaan, houd ik mijn pas in, anders denkt zij misschien dat ik haar achtervolg. Het is maandag en op maandag is er geen markt op het plein. Ik stap een grote glazen hal binnen en ga de trap op, waarvan ik halverwege uitkijk op een file van de A 10 west. Eenmaal in de bibliotheek koop ik enkele afgeschreven boeken en reken af bij de balie. Even is er een probleempje, want het personeel mag niet meer met geld omgaan, waardoor ik moet betalen via mijn bibliotheekpasje bij een betaalautomaat, maar ik heb mijn pasje niet bij me. ‘Het is vanwege de veiligheid,’ verontschuldigt de medewerkster zich en vindt gelukkig een oplossing. Weer terug op het plein word ik bevangen door een schemering, het schemerde buiten wel, de hele dag eigenlijk al, maar deze duisternis wordt veroorzaakt door uitvallende hersengebieden: ik ga dood. Een doodsangst gonst door heel mijn lichaam en ik denk verbaasd: ‘ik hoef er niet eens zelfmoord voor te plegen.’ Ik bedank mijn ouders, mijn broers en zusters, mijn nichtjes en neven, Souhailla, Hassan die vandaag jarig is, Eline, Lotte, mijn collega’s en al die andere mensen die mij lief zijn. En nu trekt er geen angst, maar louter liefde door mijn lijf. En het vreemde is: ik sta en val niet neer. Een man in een leren jack passeert mij en zijn geur brengt een herinnering naar boven uit mijn kinderjaren. Maar niet zie ik mijn héle leven als in een film voorbijgaan. Ik sta hier nu al enige tijd en het begint op te vallen. Het begint te motregenen. Voorzichtig zet ik een stap. En nog een. ‘Je moet net doen alsof je niet dood gaat,’ adviseer ik mezelf. En waarachtig, ik wandel en kom uiteindelijk thuis.

JV


« Vorig artikel  (Artikel 12 van 33)  Volgend artikel »
» Home
» Archief
» Mijn Profiel
» Mijn foto album

Links

Categoriën

Laatste artikelen

Vrienden