Ik was te laat! Ik had cognitieve gedragstherapie gehad en fietste rond vijf uur langs het grand café Bos en Lommer, zag al wat mensen zitten, moest evenwel eerst naar huis om mijn spullen af te leggen en snel wat te eten, maar rond half zes zat ik er dan toch. Aan tafel 4. Aan tafel 2 zaten twee studenten met elkaar te praten. Zouden zij voor de buurtborrel zijn gekomen? Aan tafel 1 zat een wat oudere man alleen. Hij misschien? Ik bestelde een biertje om me wat moed in te drinken, want het was duidelijk dat IK deze mensen moest gaan aanspreken. Hoe te vragen? We zaten aan het raam dat uitkeek op complexen van de Buskenblaserstraat, de Hoofdweg en het Bos en Lommerplantsoen, allemaal in aanbouw; over enige tijd wordt dit café werkelijk het uitgaanscentrum van de wijk, verwachtte ik, al moet de muziek er nog ietsje voor worden bijgesteld. Ik keek naar het interieur en dat beviel mij: ruimte, licht, parket op de vloer en degelijke, prettig zittende, eikenhouten stoelen. Toen ik mij warm begon te voelen, stapte ik op de studenten af en vroeg of zij van de ‘periodieke middag- of buurtborrel’ waren. Ze keken bevreemd op, maar ik trok een smoel alsof er niks vreemds aan de hand was en dat werkte. ‘Nee,’ zeiden ze beleefd, verbaal de ene, non-verbaal de andere, en ik bestelde bij de gastvrouw die net de menukaarten ophaalde onverstoorbaar een tweede bier en ging direct weer aan mijn tafel zitten, prakkiserend: cognitieve gedragstherapie brengt catastrofaal denken terug naar normale proporties, maar kan andersom ook gebruikt worden om van niks iets groots te maken, iets moois. Buiten liep een homostel langs, met een klein hondje in hun midden, en slierten moslima’s en mannen met een getinte huidskleur kwamen mogelijk terug van het vrijdaggebed in de moskee. Of ze waren wezen shoppen. Ik dacht aan mijn excursie naar Marokko en vond al die mensen op straat, terwijl het toch al donker was, een sfeervolle aanblik geven. Een bruggebouw over de A10 West heeft gevelverlichting die van kleur verandert, het zijn geen regenboogkleuren, want ik zag dat de kleur groen passeerde. Ook viel me een verlicht uithangbordje op: ‘Te huur: npd 023 5384844’. Wat is npd? Ik bellen. De nationale publiciteitsdienst. De wat? Lichtmastverhuur. Nee, niet de dienst zelf is te huur. Al staat dat er eigenlijk wel. Ik moest ervan plassen. Ik negeerde het bordje op de bar (‘toilet 1 euro’), want ik veronderstelde dat dit alleen gold voor winkelend publiek en marktbezoekers die alleen kwamen om verder niets te gebruiken. Op het herentoilet beplaste ik een rood matje met een zwarte vlek die door de warmte van mijn urine verdween en de tekst gaf: ‘Have a nice day’. Je pist ergens op en krijgt toch een allervriendelijkst woord terug; kijk, dacht ik, zo zijn nou de mensen in Bos en Lommer...
Bos'lomma,
Johannes Verhulst.
Door beslommeringen arriveerde ik een half
uurtje te laat in het grand café aan het Bos en Lommerplein. Souhailla, die van
de vorige keer, moest vandaag helaas werken. Toen ik de zaak binnenkwam zaten
er slechts twee klanten aan de bar, alle tafeltjes waren vrij en ook op het
terras zat niemand. Gelukkig, dacht ik, als van de 260 genodigden er 26 komen,
dan heeft iedereen plaats. De muziek stond zacht en zei me niet veel, legde
geen sfeer op en liet ruimte voor andere geluiden. Ik werd vriendelijk geholpen
aan een kopje koffie en ging op het terras mijn krant lezen. Over de
verkiezingen in Marokko. Souhailla sms-te ik dat hier alles okay was.
Zij is mijn steun en toeverlaat en
heeft me op het hart gedrukt dat ik mensen de tijd moest geven om over hun drempelvrees
te raken. ‘Ze willen wel, maar durven niet.’ Ik sputterde nog wat tegen en
noemde ‘slechte tijd’, ‘slechte plaats’ en zelfs ‘slechte persoon’, maar die
bepalingen achtte zij van geen enkel belang. Het is louter angst. Ik las verder
over een bomaanslag in Algerije.
De markt werd afgebroken en het plein
opgeruimd. Ze laten markten nooit staan omdat ze de volgende dag toch weer
gebruikt worden, maar breken ze elke dag af en bouwen ze elke dag op. Mensen
voeren elke dag dezelfde handelingen uit. Ik begon te piekeren over mijn eigen
gewoonten.
Kwam er nou maar iemand. Je hebt
anderen nodig om niet over jezelf na te hoeven denken. Ik belde Souhailla op en
zei dat al die mensen op internet helemaal niet bestonden, dat al die Bos en
Lommer hyvers fictief waren, aangemaakt door de AIVD of de stadsdeelraad, om de
schijn van cohesie te wekken, Souhailla, zei ik, het is een complot, ik weet
het zeker, ben jij ooit iemand van die hyvers op straat tegengekomen?
‘Drink je?’ vroeg zij.
‘Koffie,’ antwoordde ik.
‘Heb je je medicijnen ingenomen?’
‘Vergeten.’
‘Ah, dat is het dus. Neem ze meteen in
en je zult merken dat er niets aan de hand is.’
Vanwege die pillen moest ik dus ook
nog eens een half uur eerder naar huis.
JV
Zij was geen maagdelijn, geen uiteindelijk
meisje, geen vrome beeltenis, maar een krachtige vrouw met wilde zwarte krullen
en een stralende blik. Haar stem klonk zelfverzekerd en haar lach was
aanstekelijk. Ze moet de zaak overzien hebben en meteen op mij afgelopen zijn:
‘Jij bent van de buurtborrel!!!’ Ik schrok op, stond plotseling oog in oog met
een verpletterende werkelijkheid en begon razendsnel te denken...
‘Als je suïcidaal bent, dan helpt dit je wel over de drempel,’ begon zij.
‘Zelfs als je niet suïcidaal bent,’ pareerde ik, ‘is het eigenlijk al te laat.’
Het klikte meteen.
Al
anderhalf uur zat ik te wachten op mijn buurtgenoten. Zo’n tweehonderdvijftig
genodigden zouden kunnen komen, maar voor de zekerheid had ik toch een boek en
een krant meegenomen. Ik bestelde een jus d’orange bij een vrouw die mij niet
direct voor een van haar belangrijkste klanten hield, aan de bar hing een
eenzame jongen verdoofd over een glas bier en de muziek was van André Hazes. Ik
ging met mijn jus buiten zitten.
Vanaf het terras van ‘grand café Bos en Lommer’, met uitzicht op de markt, keek
ik naar kleurige rokken voor 25 euro en voor 1 euro de kilo komkommers, rode en
groene paprika’s, pompoenen en meloenen. Boven de kraampjes zweefde een wit
plastic tasje, de luchtstroom op het plein zorgde ervoor dat straatvuil omhoog
en omlaag ging, samen met de meeuwen en de duiven. Een gepensioneerd echtpaar
kwam voor mijn tafeltje staan, ik glimlachte vriendelijk, ‘laten we hier gaan
zitten, in de zon,’ zei de vrouw. De man nam het tafeltje naast mij, dat
inderdaad meer zon had, maar wel minder gezelschap. Rechts van mij zat een oude
Marokkaan die een thee vroeg en kreeg, maar niet op de bon. ‘Op het terras
alles contant!’ Hij mompelde wat in het Berbers, waarop de blonde reageerde met
een streng: ‘ik versta je wel, ik weet wat je zegt!’
Ik zou de tijd, tussen vier en zeven, uitzitten. Je weet maar nooit wie er nog
meer zo’n idioot is als ik. Zo’n idioot dacht ik te kunnen herkennen aan een
onzeker, zich afvragend zoeken bij binnenkomst. Maar al wie in en uit liep had
een vaste pas, zonder enige twijfel. Toen de marktkooplieden hun boeltje
inpakten en de ‘veegservice’ de troep opruimde, ging ik het grand café binnen
en nam plaats aan het raam dat uitkeek op de kruising Bos en
Lommerweg-Hoofdweg. De muziek kwam nu uit de jaren zeventig en tachtig, het
beste ervan, ik bestelde een bier en hoorde het nummer van Bill Withers, 1977,
‘A lovely day’, dat mij herinnerde aan een jeugdliefde, terwijl de tramlijnen 7
en 14, de buslijnen 15, 21, 80 en 82 en auto’s, fietsers en voetgangers in een
zachte cadans voorbij gingen, van links naar rechts, van rechts naar links,
rechtsaf en linksaf en andersom. Ik raakte in een vredige stemming, een druk
viel van mij af, ik voelde geen sociale verplichting meer, koesterde geen
enkele...
‘Jij bent van de buurtborrel!!!’
Een klap op mijn hoofd! Ik werd wakker! nu geen gemijmer meer! dit is ernst!
Souhailla
heette zij, spreek uit: soeheelaa, en zij brak het ijs met een praatje over het
weer: ‘Een negroïde vrouw presenteert sinds kort het weer op AT5 en je merkt
het meteen: eindelijk zomer! Ze hadden haar veel eerder moeten aannemen.’
Er liggen verschillende voorstellen om eens tezamen een kroeg in Bos en Lommer te bezoeken, maar een datum en tijd is nog niet vastgesteld. Niemand onder hen lijkt ervan te weten dat iedere eerste vrijdagmiddag van de maand Bos en Lommerbewoners elkaar ontmoeten in ‘grand café Bos en Lommer’ aan het Bos en Lommerplein. Tussen vier en zeven. Ik hoorde het van mijn buurman. Hij is er zelf een keertje bij geweest en vond het er NIET leuk. Maar hij kan dan ook niet tegen mensen die teveel praten. Vooral niet als ze alles zo goed weten. Of niet beseffen dat wat ze allemaal zeggen geen hond interesseert. Mijn buurman is een fijngevoelig type. Ik geloof dat ik hem begreep, ik ben ook wel eens iemand tegengekomen die zekere tradities hoog hield door al dertig jaar dezelfde verhalen te vertellen en elke keer alsof het voor het eerst was. Mensen zijn moeilijk. Iedereen heeft zo zijn eigen opvattingen en liefhebberijen. De een houdt van Ajax, de ander van Montaigne. Deze meneer luistert naar AK47 en die mevrouw speelt viool en oefent op BWV 1014. Hoe kom je dan tot elkaar? Dat wil ik graag weten en dus noteer ik in mijn agenda op pagina 3 augustus: ‘16.00 uur, grand café’. Zal ik het meemaken om een oude sterke bouwvakker te horen spreken met een jonge frêle studente alphabetie? En als ik zelf word aangesproken, wat moet ik dan zeggen? Elk woord verraadt meteen dat ik van een heel ander continent kom. Ik hoop bij God dat er een Marokkaan bij zit, maar dat zal wel niet.
Bos'lomma,
JV