http://www.mijnwijk.nl/hilversum-kerkelanden/straatnamen/
klik op bovenstaande link voor gegevens van deze peronen
Theresiahof Spinozahof
Menno Simonszhof Oscar Romerolaan
Zwinglilaan Willibrorduslaan
Lutherhof Ludgeruslaan
Kloosterlaan Kerkelandenlaan
Kapittelweg Janseniushof
Johannes Huslaan Calvijnhof
Gomarushof Geert Grootelaan
Franciscusweg Erasmuslaan
Comeniushof Bonifaciuslaan
Arminiushof
noemd naar naar de Spaanse Theresia de Cepeda y Ahumada
(Avila)(1515-1582).
Zij staat in de traditie van de Contrareformatie.
Exponent van de Spaanse mystiek.
Na haar inwijding in het klooster werd zij ziek
Zij werd naar een genezeres in Becedas gestuurd.
Door een boek dat ze las toen ze daar verbleef,
kreeg ze haar eerste mystiekegenaden.
De behandeling in Becedas had geen effect,
en in 1539 werd Theresia doodziek terug naar Ávila gebracht.
Nadat ze op de feestdag van Maria hemelvaart gebiecht had,
raakte ze in de toestand van schijndood
In die toestand werd ze terug naar het klooster gebracht,
en ze bleef zo gedurende drie jaar.

In 1542 genas ze uiteindelijk zonder aanwijsbare natuurlijke oorzaak
De rest van het leven van Theresia was een aaneenschakeling van enerzijds bijzondere genaden in haar persoonlijke leven, en anderzijds kloosterstichtingen en het schrijven van constituties en mystieke geschriften in haar publieke leven.
genoemd naar Benedictus de Spinoza
(Baruch d'Espinoza)(1632-1677),

Familie
Spinoza's vader en grootvader waren
Portugese Joden telgen uit eenSpaans-Joodse familie
die in de16 e Eeuw succesvol handel begonnen te drijven
aan de Spaans-Portugese grens Spinoza's grootvader Emanuel Rodrgues was in Amsterdam
een handelsonderneming begonnen.
In 1632 wordt Spinoza in Amsterdam geboren.
Hij wordt geboren in Vlooienburg
een eiland in de Amsterdamse Jodenbuurt, waar nu het
Waterlooplein en de Stopera zijn.
Zowel het geboortehuis van Spinoza als het huis waar hij opgroeit,
bestaan nu niet meer.
De joodse gemeenschap in Amsterdam waar hij deel van uitmaakt,
bestaat in die tijd uit drie kampen rond de Synago
Met de welvaart was ook de onderlinge onverdraagzaamheid toegenomen. Het jaar daarna gaat de jonge Spinoza hier naar school.
In zijn schooljaren leert hij onder meer uit de Thore.
Al snel ziet hij in dat de tekst "zozeer de mensengeest verraadt"
dat deze onmogelijk door God kan zijn geschreven
of door God kan zijn geïnspireerd.
Na zijn schooljaren bestudeert hij de overgeleverde schriften.
Hij concludeert dat ze niet waar zijn en noemt ze
"uitvindingen van de menselijke fantasie".
Gaandeweg zet hij zich meer af tegen alle voorschriften
en regels rondom eten, drinken en bidden.
Derabbie's zien deze 'godslasterlijke handelingen'
van de jonge Spinoza met ontzetting aan.
In maart 1654 sterft Spinoza's vader.
Na diens dood begint Spinoza samen met zijn broer Gabril
een exportfirma in fruit
Spinoza was nietAtheistisch maar pantheistisch
de basis van zijn stelsel is zijn Godsopvatting.
Hij had echter een heel ander godsbeeld "God oftewel de Natuur".
Zowel atheïsten als pantheïsten hebben geen geloof in een scheppende of interveniërende god Volgens sommigen is het mogelijk om zowel atheïst en pantheïst te zijn
.
Menno Simonszhof
genoemd naar Menno Simonsz (1496-1561),
Nederlands doopgezind leidsman.
Brak in 1536 met de RK kerk en sloot zich aan bij de dopers.
Hij leerde zijn volgelingen geen eed af te leggen,
geen krijgsdienst te verrichten en te leven in liefde en lijdzaamheid.

Mennonieten
Doopsgezinden worden ook wel mennonieten of mennisten genoemd.
In Amerika zijn er diverse groepen gelovingen die zich
"Mennonite Church" noemen.
Er zijn doopsgezinden in alle werelddelen te vinden.
Grote groepen Mennonieten zijn in en na
de tweede wereldoorlog uit Rusland verdreven,
vanwege vermeende contacten met de Duitse bezetters.
Een deel van deze Mennonieten is in Canada terecht gekomen.
Momenteel zijn er meer dan 1,3 miljoen doopsgezinden wereldwijd.
De volgende anekdote betreft de Meniste leugen.
Menno Simons werd halverwege de 16e eeuw gezocht
door de Spanjaarden. Een koets waarin hij zat werd aangehouden,
zo wil het verhaal, en Spaanse soldaten vroegen of
Simons aan boord was. 'Nee, nee!' riepen de angstige passagiers.
De doopsgezinde leraar Hans Busschaert,
wiens geloofsovertuiging hem verbood onwaarheid te spreken,
boog zich vervolgens naar buiten en zei:
'Men zegt dat Menno Simons zich niet in deze koets bevindt',
waarop de tocht ongehinderd kon worden voortgezet.
genoemd naar Oscar Romero, Salvadoraans bisschop die zich inzette
voor de minderbedeelden.
Hij werd zeer waarschijnlijk vermoord door aanhangers van
de ultra-rechtse leider van de Arenapartij van d'Aubuisson.
Op 13-jarige leeftijd voelde Óscar Romero zich al sterk geroepen o
m priester te worden.
Hij volgde een priesteropleiding aan het seminarie van San Miguel
en aan universiteiten in Rome. In 1942 werd hij tot priester gewijd.

Bisschop en Aartsbisschop
In 1944 werd Romero secretaris van het bisdom van San Miguel.
Hij werd bekend door zijn krachtige preken.
In 1970 werd hij hulpbisschop van San Salvador.
Hij werd toen gezien als conservatief.
Als bisschoppelijk moto koos hij Sentire cum Ecclesia.
In 1974 werd hij bisschop van Santiago de Maria.
Hij verwierf faam als een sociaal bewogen,
en vredelievend mens die zich inzette voor de armen.
In februari 1977 volgde zijn benoeming tot
aartsbisschop van San Salvador
Diezelfde maand werd hij op een plein aangevallen.
Oscar Romero werd steeds meer bedreigd
Desondanks dook hij niet onder en bleef zich inzetten
voor de gerechtigheid.
De sociaal bewogen aartsbisschop,
die later door vooral progressieve en liberale katholieken
bewonderd werd, werd op 24 maart 1980,
terwijl hij de mis opdroeg, door doodseskaders vermoord
genoemd naar Huldrych Zwingli (1484-1531),
Zwitserse kerkhervormer.

Zoon van een rijke boer, die onder andere in Wenen,
Bern en Bazel muziek,
filosofie en humanistische onderwerpen studeerde.
genoemd naar naar Willibrord(us) (658-739), missionaris
onder de Friezen.

Afkomstig uit Northumbria. Kwam in 690 naar deze streken,
in 695 tot aartsbisschop van de Friezen gewijd.
Hij is de patroon van de kerkprovincie Utrecht,
waarvan hij de eerste bisschop was.
genoemd naar Maarten Luther (1483-1546),

dé kerkhervormer van de zestiende eeuw. Augustijner monnik te Erfurt.
Werd na zijn priesterwijding overgeplaatst naar Wittenberg.
Verwoorde zijn kritiek op de toenmalige katholieke kerk in 95
stellingen die hij, volgens overlevering,
in 1517 aan de kerkdeur in Wittenberg spijkerde.
Hij legde daarmee de basis voor de Hervorming.
Hij vertaalde de Bijbel in de Duitse taal,
wat van enorme invloed is geweest op het Hoogduits
genoemd naar Liudger of Ludger (Ludgerus)(ca. 774-809),
missionaris onder de Friezen
Was enige tijd leraar aan de Utrechtse kloosterschool
en ging daarna enige tijd naar Italië.
Begin 9e eeuw werd hij bisschop van Munster.
Liudger (Zuilen bij Utrecht, 742 - bij Billerbeck, 26 maart 809)
was een Nederlandse missionaris en rooms-katholieke bisschop.
Later aangeduid als de 'apostel der Groningers' was
hij een 8e eeuwse missionaris in het gebied der Friezen.
Het grootste deel van de huidige provincie
Groningen was toen Fries gebied.
Hij voltooide het werk waarvan evangeliepredikers als Willibrord
en Bonifatius de grondleggers zijn geweest.
Liudgers grootvader was een
Friese edelman die naar Luik was gevlucht.
Daar kwam hij in aanraking met het christendom
en bekeerde zich tot dit geloof.
Zijn zoon trouwde met een vrome christin en
uit dit huwelijk werd Liudger geboren.
Na een vooropleiding bij Gregorius van
Utrecht stuurden zijn ouders hem naar York in Engeland.
Daar stond de beroemdste school van
West-Europa onder leiding van Alcuinus
Later kreeg deze geleerde van naam de hofschool
van Karel de Grote onder zijn hoede.
In 777 begon Liudger zijn apostelwerk in Deventer.
Van daaruit breidden zijn werkzaamheden zich uit naar het noorden,
tot in de verste uithoeken van het Friese Zeerijk.
Aan het eind van iedere zomer zeilde hij vanuit Stavoren naar Utrecht
om daar tijdens de herfstmaanden les te geven aan de kloosterschool.
naar 'klooster'een algemeen kerkelijke benaming voor
de verblijfplaats van kloosterlingen.
Hier leven de kloosterlingen volgens de kloosterregels
om zich beter te kunnenwijden aan ascese
(beteugeling van hartstochten en aardse begeerten) en gebed

toegangsweg tot de wijk.
De Kerkelanden waren vanouds de gronden die liepen van
's Graveland tot voorbij Loosdrecht,

langs de grens met de provincie Utrecht.
Het gebied werd in 1481 door de Gooise gemeenten
geschonken aan de kerk te Naarden,
teneinde in de kosten voor herstel en onderhoud van de kerk
te kunnen voorzien.
In dat jaar was de kerk in Naarden door de Stichtenaren
in brand gestoken.
een kapittel is in de RK kerk het college en de bijeenkomst
van kanunniken (kloosterlingen) en de benaming
voor een bestuurscollege
van een religieuze orde. Kapittel is tevens de benaming
voor een hoofdstuk uit de bijbel.

het kapittel van sint maarten
Een kapittel is een college van kanunniken:
Boven het kapittel staat meestal een proost.
De dagelijkse leiding heeft de deken die uit de
kanunniken wordt gekozen.
Een dom- of kathedraalskapittel staat de bisschop
bij in zijn bestuurstaken
en koos in de regel de nieuwe bisschop
Ter onderscheiding van een kathedraalkapittel
noemt men andere kapittels
ook wel collegiaalkapittel. Kathedrale kapittels zijn meestal zo oud
als de bisschopszetel zelf, aangezien een bisschop
zich omringde met een aantal priesters.
Vanaf de merovingische periode ontstonden er collegiale,
seculiere kapittels. Vaak waren het gemeenschappen van
leken die door wereldlijke heren
graaf of heerlijkheden, gesticht werden
De ordo canonicus kende zijn eerste formalisering onder
Karel de Grote met de Regel van Aken,
ook wel Regel van Chrodegang genoemd.
Nadien werd werd een striktere observantie
geëist met de Regel van Jeruzalem.
Deze was geïnspireerd op de Eerste Kerk
. In de late Middeleeuwen kozen kapittels
er vaak voor om niet langer een regulier kapittel te vormen,
regulier in de zin dat men een kloosterregel volgde,
maar een seculier kapittel. Dit gaf de kanunniken meer bewegingsruimte
genoemd naar Cornelius Jansenius
(eigenlijk Cornelis Jansen)(1585-1638),
Vlaams theoloog. Jansenius was hoogleraar te Leuven
en bisschop te Ieper.
Hij wilde de RK kerk hervormen op katholiek-traditionele grondslag.
Zijn postuum verschenen boek Augustinus speelde een
centrale rol in het Jansenisme.

Cornelius Jansenius, eigenlijke naam Cornelius Jansen (
Acquoy, 28 oktober 1585 – Leuven, 6 mei 1638)
was een Nederlandse rooms-katholieke priester en theoloog.
Hij studeerde theologie aan de universiteiten van Leuven,
Parijs en Bayonne
In 1630 werd hij hoogleraar in de exegese aan de universiteit van Leuven
en in 1635 werd hij door de Spaanse koning benoemd tot
bisschop van Ieper.
Hij stierf reeds drie jaar later aan de pest. Hij is de stichter van het naar
hem genoemde Jansenisme.
In zijn werk Augustinus, sive doctrina Sti. Augustini
de humanae naturae sanitate, aegritudine, medicina etc.
concludeerde hij dat de menselijke natuur slecht was en plaatste
de vrije wil van de mens in het kader van de predestinatieleer.
Het gaat er om dat de gelovige het krijgen van zijn zielenheil niet zelf
kan afdwingen door bijvoorbeeld het stellen van goede daden.
Of de gelovige zielenheil krijgt ligt volgens de Jansenisten
volledig in de handen van God.
Deze opvatting stond lijnrecht tegenover de opvatting die
op het Concilie van Trente werd verkondigd.
Door inzet van de Jezuïeten werd het boek al in 1642 veroordeeld.
Desondanks bleven enige bisschoppen de stellingen in het boek
verdedigen en het Franse klooster Port-Royal-des-Champs
werd zelfs enige tijd en belangrijk theologisch
centrum van de Jansenisten.
In 1653 werden enkele Jansenistische leerstellingen
opnieuw veroordeeld als calvinistisch,
noemd naar Johannes Hus (ca. 1369-1415), Tsjechisch priester,
hoogleraar aan de universiteit van Praag.
Hij streed tegen de misstanden in en de verwereldlijking
van de kerken was voorstander van een nationale kerk.
Hij werd voor het Concilie van Konstanz gedaagd.
Ondanks een vrijgeleide werd hij gevangen genomen
en als ketter verbrand.

Johannes Hus (Tsjechisch: Jan Hus) (Husinec (Bohemen),
ca. 1369/1370 -
Konstanz (Duitsland), 6 juli 1415) was een Boheemse
hoogleraardie geldt als een voorloper van de Hervorming.
In zijn tijd betwistten drie pausen elkaar de bevoegdheid.
Er waren grote spanningen tussen de Tsjechische bevolking
en de Duitse geestelijkheid; Jan Hus was hiervan de vertolker.
Hus gebruikte de beschouwingen van John Wyclif
(ca. 1330-1384)
over de kerk als gemeenschap van uitverkorenen.
Hij hield zich aan de officiële kerkleer, maar uitte kritiek
op de kerkorganisatie en later ook op het pausdom
Hus riep de kerk terug naar de bijbel.
Hij werd herhaaldelijk veroordeeld en uiteindelijk ondanks een
vrijgeleide van Rooms koning Sigismund door het Concilie
van Konstanz (1414) tot de brandstapel veroordeeld.
Op het Oudestadsplein, nabij de Tynkerk te Praag,
stierf hij op de brandstapel.
Nu staat er een groot monument, met zijn liggende beeltenis,
op de plaats waar het schavot eertijds stond.
De aanhangers van Hus, de hussieten,
grepen naar de wapens toen Sigismund van Luxemburg
in 1419 ook koning van Bohemen werd
Er waren twee groepen bij de hussieten:
de utraquisten en de taborieten.
De utraquisten wilden de avondmaalsbediening
onder beide gedaanten (sub utraque specie);
de taborieten waren veel radicaler
en verwierpen veel meer als onbijbels dan Hus had gedaan.
genoemd naar Franciscus Gomarus (eigenlijk FrançoisGomaer)
(1563-1641),protestants godgeleerde.
Hij werd in 1594 hoogleraar te Leiden,
waar hij in conflict kwam met zijn collega Arminius.
Zie tevens Arminius.

Franciscus Gomarus (Brugge, 30 januari 1563 - Groningen,
11 januari 1641) werd geboren als François Gomaer.
Hij was van 1594 tot 1618
hoogleraar in de theologie aan de Universiteit van Leiden,
maar werd later vooral bekend als voorman van
de contra-remonstranten.
In 1586 werd hij predikant in een gemeente van Nederlandse
vluchtelingen in Frankfurt am Main,
vanwaar hij in de winter van 1593-1594
halsoverkop moest vertrekken. Officieel,
omdat hij met een vrouw 'van buiten' in het huwelijk was getreden,
maar in werkelijkheid omdat de vluchtelingengemeente waar hij
als predikant aan verbonden was
belaagd werd door fanatieke lutherse predikanten.
De ruzie met zijn Leidse collega Jacobus Arminius,
voorman van de remonstranten
draaide vooral om de vragen in hoeverre sprake is van predestinatie en
of Gods besluiten afhankelijk zijn van het doen en laten van de mens -
Gomarus geloofde van niet, Arminius van wel.
Gomarus stelde dat Gods besluiten 'soeverein' zijn, d.w.z.
dat God zijn besluiten niet laat afhangen van wat de mens doet.
Toch vermeed Gomarus determinisme.
Hij handhaafde de menselijke verantwoordelijkheid en het belang
van het metterdaad geloven in Christus.
Het conflict met Arminius leidde tot grote politieke spanningen
in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Prins Maurits koos openlijk partij voor Gomarus.
Ook een meerderheid van de bevolking was het eens met
de leer van de contra-remonstranten.
genoemd naar Geert Groote (1340-1384), inspirator
van de Moderne Devotie.
Hij was een zoon van een rijk burger uit Deventer.
Hij deed vrij plotseling afstand van het rijke leven en trok zich
terug in een klooster.

Hij riep op tot verzaking van de wereld en persoonlijke ascese.
Aanvankelijk leidde hij het leven van een welgesteld en
eerzuchtig geleerde.
Zelf heeft hij later van deze tijd getuigd met het
bijbelwoord van Jeremia 2.20:
‘Onder iedere groene boom en op iedere hoge heuvel h
heb ik gehoereerd.’ maar onder invloed van Hendrik Eger
van Kalkar en Jan van Ruusbroec,
en na een ernstige ziekte in 1372 besloot
hij een meer ascetisch leven te gaan leiden.
Van 1374 tot 1378 woonde hij bij de kartuizers van
Monnikhuizen bij Arnhem.
Geert Grote werd in 1379 te Utrecht tot diaken gewijd en hield
vanaf dat moment boetepreken in vele Noord-Nederlandse steden
bijvoorbeeld tegen als gehuwden levende priesters (synode van 1383)
en kloosterlingen met persoonlijk bezit.
Geert Grote verzamelde een groep volgelingen om zich heen,
de moderne devoten. Hieruit ontstonden de Broeders des
Gemenen Levensen de Congregatie van Windesheim.
De bisschop van Utrecht kon hun rigoureuze opvattingen
echter niet waarderen en vaardigde voor
diakens een preekverbod uit
Door persoonlijk contacten wist Geert Grote, die onder meer een boek
schreef over het huwelijk, toch nog zielen te winnen.

genoemd naar Franciscus van Assisi (eigenlijk Giovanni Bernardone)
(ca.1182-1226), stichter van de Franciscaner orde.
Hij was een zoon van een welgestelde lakenkoopman uit Assisi (Italië),
maar streefde naar een leven in armoede, in navolging van Christus.
Hij predikte vrede, gelijkheid, waardigheid en liefde voor mens en dier.
naar Desiderius Erasmus (1469-1536), Nederlands
humanistisch denker en godgeleerde.
Geboren in Rotterdam als zoon van een priester.
Hij ontwikkelde een bijbelshumanistische theologie,
pleitte voor verdraagzaamheid en distantieerde zich zoveel
mogelijk van de godsdienststrijd in zijn dagen.

Bekend werd zijn satirische Lof der Zotheid .
Erasmus sprak en schreef Latijn
Hij was een bijzonder geleerd man die al
bij zijn leven in geheel Europa als een van de grote denkers
van zijn tijd erkend werd.
Hij kende Oudgrieks en staat daarmee aan het begin van
de Gymnasium-traditie.
Door zijn kennis van deze taal raakte hij ervan overtuigd
dat bepaalde delen vande Bijbel in de Latijnse Vulgaat
niet goed vertaald waren.
Hij besloot om het Griekse Nieuwe Testament in druk
te doen uitgeven,
ook al vroegen vrienden zoals Van Dorp dat vooral niet te doen,
omdat dat een bom legde onder het toch al krakende
gebouw van de kerk van die dagen.
Ook de jonge Vlaamse exegeet Frans Titelmans
raakte in de jaren 1527 - 1530 hierover met Erasmus in aanvaring
De versie van het Nieuwe Testament van Erasmus was volgens
Titelmans niet correct wat betreft de inhoud en wat betreft de stijl.
In de inhoud ontbraken volgens hem delen
die in de Griekse tekst wel degelijk aanwezig waren
en de stijl leunde volgens hem
te zeer aan bij het klassieke Latijn van Cicero in tegenstelling
tot de oorspronkelijke door God geïnspireerde eenvoudige stijl.
genoemd naar Jan Amos Komensky (later Comenius)(1592-1670),
Tsjechisch theoloog en pedagoog
Comenius was bisschop van de Moravische broeders (hernhutters)
en leefde als vluchteling in Amsterdam (1656-1670).
Hij was pedagoog, theoloog, pacifist en voorvechter
van naastenliefde en radicaal christen.

Jan Amos Komenský (gelatiniseerd als Jan Amos Comenius)
(Nivnice, Moravië, 28 maart 1592
– Amsterdam, 15 november 1670) was een
Tsjechisch filosoof, theoloog en pedagoog.
Comenius werd geboren in Oost-Moravië.
Op 12-jarige leeftijd was hij al wees.
Hij studeerde theologie en filosofie in Heidelberg.
Een van zijn bekendste werken is de Janua Linguarum Reserata
(de geopende talenpoort),
waarin voor het eerst onderwijs in talen, met name in het Latijn,
met ander onderwijs verbonden wordt.
Het werk is in 12 Europese talen en enige Aziatische talen vertaald.
Daarnaast schreef hij de Orbis sensualium pictus
(De zichtbare wereld in beeld).
Dit is een geïllustreerde versie van de Janua en wordt wel als de stamvader
van alle kinderboeken beschouwd. Het was meteen ook de
eerste kinderencyclopedie.
Zijn belangrijkste pedagogische werk is de Didactica magna
(Grote onderwijsleer),
die tot vandaag als een belangrijke mijlpaal in de didactiek wordt gezien.
Zijn pedagogiek heeft als middelpunt een christelijk
humanistische levensbeschouwing.
Hij verstaat onder pedagogiek de kunst om een ieder alles te kunnen aanleren.
Didactiek omschrijft hij als de kunst van het onderwijzen.
Mathetiek is voor hem de kunst van het leren.
Genoemd naar Bonifacius (eigenlijk Winfried) (ca. 680-754), bisschop.
Zijn werkterrein lag zowel in het Duitse als in het Frankische Rijk,
waar zijn kerkelijke organisatie verstrekkende
historische betekenis heeft gehad.

Hij werd in 754 door heidense Friezen bij Dokkum vermoord.
Bonifatius, ook wel Bonifacius, geboortenaam: Wynfreth (Winfried)
(nabij Exeter in Zuidwest-Engeland, 672 of 675 - waarschijnlijk
vermoord bij Dokkum, 5 juni 754 of misschien in 755[1])
was een van de belangrijkste missionarissen en kerkhervormers
in het Frankische rijk, bisschop, martelaar en heilig verklaard.
Bonifatius wordt ook de Apostel van de Duitsers genoemd.
Meer nog dan missionaris was hij de inrichter van de kerkelijke
structuren in het gebied van het huidige Duitsland en,
wat evenzeer cruciaal is geweest, de binding daarvan aan de Heilige Stoel.
Als architect van het christelijke West-Europa,
voor de grondvesting van de kerk van Rome en
voor de groei naar culturele eenheid
van West-Europa had Bonifatius een groot aandeel.