05 april 2011
HILVERSUM - Het kabinet draagt het Sanatorium Zonnestraal in Hilversum voor om te worden toegevoegd aan de Lijst Werelderfgoederen van de Unesco. Dat maakte staatssecretaris Halbe Zijlstra samen met zijn collega Henk Bleker dinsdag bekend.
De commissie Herziening Voorlopige Lijst Werelderfgoed heeft Landgoed Zonnestraal, dat de thuisbasis is voor verschillende instellingen in zorg en gezondheid, geselecteerd wegens de uitzonderlijke en universele waarde.
,,Een plaats op de Werelderfgoedlijst betekent een wereldwijde erkenning van de culturele en natuurlijke waarde van een gebouw, plaats of gebied'', aldus Zijlstra. ,,Het vertelt het verhaal van de Nederlandse geschiedenis, is een bekroning op jarenlang zorgvuldig beheer en versterkt de toeristische aantrekkingskracht.''
Unesco geeft geen geld aan beheerders van de erfgoederen, maar meestal neemt het toerisme wel toe.

REGIO - Deze week nieuw op de wandelsite: een rondje Neck en wandelen door de geschiedenis van Zonnestraal in Hilversum. Plus een bijgewerkt archief met de meeste wandelingen uit 2010!
Ook veel actuele tips en achtergrondverhalen over wandelen.
Klik door naar de wandelsite via Wandelen in de linkerbalk van deze website.
Download hier de route Neck.
Download hier de route Zonnestraal.
Klik hier voor het archief 2010.
Gooi en Eemlander 13 december 10, HILVERSUM -
Op Landgoed Zonnestraal verrijst volgend jaar een modern behandelcentrum, dat onder meer onderdak gaat bieden aan het Oogziekenhuis. Het drie lagen tellende gebouw komt in het bos te staan, op enkele tientallen meters van het monumentale complex.
,,Wij hebben vanaf het begin gezegd, dat een modern gebouw voor de zorg noodzakelijk was’’, stelt directeur Alfred van den Bosch van Zonnestraal-eigenaar De Alliantie. Het behandelcentrum biedt een aanvulling op de bestaande zorgvoorzieningen. Faciliteiten (als operatiekamers) die niet in het rijksmonument passen. Daarom verhuist Oogziekenhuis Zonnestraal - nu nog in een tijdelijk onderkomen op het landgoed - naar de nieuwbouw. Wellicht volgt de Velthuis Kliniek - nu gehuisvest in het Termeulenpaviljoen - dit voorbeeld. In het behandelcentrum is ruimte voor andere bestaande en nieuwe huurders.
In tegenstelling tot het voormalige sanatorium wordt de nieuwbouw neutraal van uiterlijk en flexibel van inhoud.
Het mag de aandacht niet afleiden van de schepping van architect Duiker. ,,We willen het zo mooi mogelijk in het gebied opnemen. Het wordt een relatief donker gebouw, dat tussen de bomen komt te staan.’’ Om het zo onopvallend mogelijk te maken het in vijf blokken geknipt, die door een glazen ‘straat’ met elkaar worden verbonden.
Een van de drie bouwlagen wordt ondergronds, waardoor de maximale hoogte zeven meter wordt. De nieuwbouw (in totaal zo’n 6000 m² bruto vloeroppervlak) komt te staan op de plek van het gebouw, waarin onder meer de Donnerschool was gehuisvest. De sloop van dit pand en andere (tijdelijke) gebouwen op het landgoed is als ‘wisselgeld’ nodig met het oog op het maximale aantal bebouwde vierkante meters (vastgelegd in het bestemmingsplan). Bierman Henket architecten is bezig met het uitwerken van het (zeer duurzame) ontwerp. ,,Als alles past, kan de bouw in de loop van volgend jaar van start gaan’’, meldt Van den Bosch. Het behandelcentrum kan dan in 2012 zijn deuren openen. Dresselhuys
De Alliantie is nog steeds op zoek naar huurders voor het in 2008 gerestaureerde Dresselhuyspaviljoen, na het hoofdgebouw het meest authentieke deel van het complex. ,,Gegadigden hoeven niet per se iets met zorg te maken hebben. Daar valt met de gemeente over te praten. De monumentale waarde staat voorop.’’
6:07
Laatst bijgewerkt op 13 december 10, 18:09HILVERSUM - Op Landgoed Zonnestraal verrijst volgend jaar een modern behandelcentrum, dat onder meer onderdak gaat bieden aan het Oogziekenhuis. Het drie lagen tellende gebouw komt in het bos te staan, op enkele tientallen meters van het monumentale complex.
,,Wij hebben vanaf het begin gezegd, dat een modern gebouw voor de zorg noodzakelijk was’’, stelt directeur Alfred van den Bosch van Zonnestraal-eigenaar De Alliantie. Het behandelcentrum biedt een aanvulling op de bestaande zorgvoorzieningen. Faciliteiten (als operatiekamers) die niet in het rijksmonument passen. Daarom verhuist Oogziekenhuis Zonnestraal - nu nog in een tijdelijk onderkomen op het landgoed - naar de nieuwbouw. Wellicht volgt de Velthuis Kliniek - nu gehuisvest in het Termeulenpaviljoen - dit voorbeeld. In het behandelcentrum is ruimte voor andere bestaande en nieuwe huurders.
In tegenstelling tot het voormalige sanatorium wordt de nieuwbouw neutraal van uiterlijk en flexibel van inhoud.
Het mag de aandacht niet afleiden van de schepping van architect Duiker. ,,We willen het zo mooi mogelijk in het gebied opnemen. Het wordt een relatief donker gebouw, dat tussen de bomen komt te staan.’’ Om het zo onopvallend mogelijk te maken het in vijf blokken geknipt, die door een glazen ‘straat’ met elkaar worden verbonden.
Een van de drie bouwlagen wordt ondergronds, waardoor de maximale hoogte zeven meter wordt. De nieuwbouw (in totaal zo’n 6000 m² bruto vloeroppervlak) komt te staan op de plek van het gebouw, waarin onder meer de Donnerschool was gehuisvest. De sloop van dit pand en andere (tijdelijke) gebouwen op het landgoed is als ‘wisselgeld’ nodig met het oog op het maximale aantal bebouwde vierkante meters (vastgelegd in het bestemmingsplan). Bierman Henket architecten is bezig met het uitwerken van het (zeer duurzame) ontwerp. ,,Als alles past, kan de bouw in de loop van volgend jaar van start gaan’’, meldt Van den Bosch. Het behandelcentrum kan dan in 2012 zijn deuren openen. Dresselhuys
De Alliantie is nog steeds op zoek naar huurders voor het in 2008 gerestaureerde Dresselhuyspaviljoen, na het hoofdgebouw het meest authentieke deel van het complex. ,,Gegadigden hoeven niet per se iets met zorg te maken hebben. Daar valt met de gemeente over te praten. De monumentale waarde staat voorop.’’
Jan van Zutphen was begin 1900, in een tijd van malaise, één van de voormannen van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). Hij zocht naar middelen hulp te bieden aan tuberculose-lijders onder zijn vakgenoten. Op maandagochtend werd de opbrengst van het afval, de gebroken koperen steeltjes van de diamanthouders, "verdronken". Door discipline in eigen kring en stellen van het doel maakte "Ome Jan" een eind aan dit "maandagochtendvieren". Het geld werd bijeengebracht en in 1905 werd de Stichting Diamantbewerkers Koperen Stelenfonds opgericht.
Maar er was niet voldoende geld om alle zieken afzonderlijk te helpen. Opnieuw werd gezocht naar mogelijkheden, en de gedachte ontstond om uit het afvalslijpsel het zuivere diamantstof vrij te maken. Uiteindelijke slaagde de Delftse hoogleraar H. ter Meulen hier in. Door het procedé verwierf het "Koperen-Stelenfonds" grote inkomsten. Uit dank werd later een van de paviljoens van Zonnestraal naar Ter Meulen vernoemd.
Bij Hilversum werd het landgoed "de Pampahoeve" gekocht. In de villa kon een beperkt aantal patiënten (19) kuren in zon en buitenlucht. Met de ervaringen van dit begin kon de opgave voor een nieuw sanatorium geformuleerd worden: verhouding van ziek zijn/beter maken en geleidelijk weer deelnemen aan veelheid in samenleven. Te vaak was een terugvallen gebleken door geestelijke en lichamelijke overbelasting van een net verkregen evenwicht. Duiker, die in 1924-25 voor het Koperen-Stelenfonds de zeepfabriek in Diemen bouwde, maakte de ontwikkeling en het stellen van deze nieuwe opgave mee.
Met het doel een sanatorium, voor- en nazorginrichting met arbeidstherapie te bouwen, werd in 1925 de vereniging "Zonnestraal" opgericht, met Van Zutphen als voorzitter. Duiker kreeg de opdracht en in 1926 werd begonnen met de bouw van een uitgebreid complex voor 100 patiënten op het terrein van de Pampahoeve.
De witte gebouwen van beton, staal en glas werden in 1928 in gebruik genomen: de ziekenafdeling voor 28 patiënten; het hoofdgebouw met in drie evenwijdige vleugels: de medische afdeling in het noorden, terrassen, badgelegenheid en ketelhuis op het zuiden, keuken en apotheek in het midden, waartussen de hoofdweg en waar overheen de grote eetzaal ligt; twee paviljoens aan weerskanten van het hoofdgebouw op het zuidoosten en zuidwesten gericht met elk twee afdelingen voor 25 patiënten, een een conversatiezaal waaromheen de verbinding loopt.